Eindelijk internet op mijn kamertje; wat dus betekent dat ik nu naar hartelust kan bloggen. Even schade inhalen van de afgelopen dagen. Een overzicht.
1 september, aankomst.
Daar zat ik dan. Helemaal alleen. Niemand die me kende, misschien niemand die me wilde kennen. Angst, twijfels,…die onzekerheid werd haast ondraaglijk. Opeens verlangde ik terug naar het vrije, vrolijke Leuven, waar ik alles ken en alles begrijp. De eerste keer alleen in het vliegtuig staat gelijk aan doodsangsten uitstaan. Ik vertrok in Weeze/Dusseldorf en het was een vlucht van ongeveer 2 uur. 2 uur lang vooruitgestaar en gehoop. De pret begon pas echt toen het vliegtuig eindelijk landde, ik mijn koffer van de band nam en mij richting de uitgang begaf. Toen pas drong het me door dat ik er helemaal alleen voor stond. Na zelf 5 minuten onzeker in het rond te hebben gekeken, zag ik twee kerels onzeker in het rond kijken dus durfde ik het erop wagen. In mijn slordig want nog onwennig Engels vroeg ik hen beleefd of ze ook naar Limerick moesten. Dat bleek zo het geval, we vonden gedrieeën de bus en weg was ik. Tijdens de busrit, alwaar ik al wat van de Ierse natuurpracht mocht aanschouwen, vond de luide Ier achter mij het blijkbaar nodig dat heel de bus zijn gesprek kon meevolgen (Al was dat voor mij niet echt het geval; ik was al blij dat ik zo nu en dan een ‘fuck’ kon onderscheiden…). Plassey Village, mijn dorpje, heb ik redelijk makkelijk gevonden. Ik deel een klein huisje (huisnummer 9) met 7 studenten. 6 daarvan zijn drukke 18-jarige Ieren en nummer 7 is de ietwat rare Amerikaan Brian die zichzelf haast nooit laat zien. Zoals ik al zei, ze zijn ontzettend druk. Ze zijn allemaal van een andere streek zodat hun verschillende dialecten en hun razendsnelle responses mij nog wanhopiger maken dan ik al was. Grappig uitziende Stephen spant toch wel de kroon; zijn gemompel doet zelfs de overige Ieren om een heraling vragen. Ieren zijn best een raar volkje. Ze kijken vaak nors, doen waar ze zin in hebben, trekken zich van niemand iets aan en zijn zo ad rem. Ze gedragen zich allemaal zo cool tegenover elkaar en niemand laat ook maar een spoortje van nervositeit zien. En daar zit ik dan, een en al zenuw. Maar als je ze eenmaal aanspreekt, zijn ze onzettend vriendelijk. Die eerste avond begaf ik mij met mijn huisgenoten naar nummer 11 voor mijn eerste houseparty op Ierse bodem. Zoals te verwachten valt van de Ieren: veel geroep, veel zattigheid en allen willen ze maar een ding: zo veel mogelijk craic (plezier).
2 en 3 september, kennismaking
Ik had die tweede dag helemaal niets om handen dus besloot ik wat rond te kijken in de bib en mij te bevragen hoe het internet daar werkt. Het gevolg was dat ik daar mijn hele namiddag heb vertoefd. Toen ik thuiskwam waren bijna al mijn housemates al terug van hun eerste introductiedag en natuurlijk besloten ze meteen om nog eens goed te feesten. Na het uitstapje naar de off-licence trokken we weer naar het befaamde huis 11 alvorens ons richting de Stables te begeven (de studentenpub on-campus). Met mijn huisgenote Chelsey en huis-11-bewoner Frogels (ofzoiets, een rosse magere jongen die me de dag daarvoor tijdens hun zatte uitlatingen meermaals toeriep dat ik nu echt de Ierse cultuur leerde kennen) heb ik de hele weg lang een geanimeerd gesprek gevoerd over allerhande Ierse dingen, zoals Leprechauns en U2. In de Stables dronk ik mijn eerste Guinness. Toen onverstaanbare Stephen dat zag was hij daar blijkbaar heel opgetogen over. Nu was het mijn beurt om te roepen: ‘Now I’m really experiencing the Irish culture!’. Volgende halte was een nachtclub in de stad, Trinity Rooms genaamd. Ik danste er wat met de Ieren, ik lachte er wat met de Ieren en had een leuke tijd. Na een tijdje had ik er wel genoeg van. Jill en Jenny, nog twee van mijn huisgenoten, hadden namelijk allebei een zoenpartner gevonden. (Ohja, Ierse meisjes zijn volgens twee Amerikaanse jongens die ik heb gesproken heel erg gemakkelijk. Die twee konden er gewoonweg niet bij dat meisjes in het openbaar met wildvreemde jongens willen kussen. Daarvoor respecteren ze de vrouw te veel. Ach, wat een goede Amerikanen.) Ik nam met Stephen een taxi naar huis en thuisgekomen viel ik als een blok in slaap.
Op mijn derde dag in Ierland zijn mijn introductiedagen begonnen. Om kwart voor 9 moest ik aan de Main Reception zijn voor wat uitleg. Tijdens de pauze leerde ik Amy kennen, de enige studente uit Engeland. Ze was heel direct, toch vriendelijk. Samen zijn we gaan lunchen en toen ontmoette ik ook dus die twee Amerikanen van weleer. Verder leerde ik nog een hoop andere mensen kennen: het Duitse meisje Judith, twee Franse meisjes Elise en Faustine, een Duitser Friedman, een Spanjaard Alessandro,… De hele groep erasmussers bestaat uit 300 studenten, waaronder de meerderheid Frans, Duits of Spaans is. We werden verdeeld in verschillende groepjes en kregen een lange, vermoeiende doch leerrijke rondleiding. Na de ronleiding besloten we om samen te komen in de Stables. Daar speelde het coverbandje Knights of Leon, waarvan de zanger exact klonk als en nog veel knapper was dan de real stuff van Kings of Leon. En meer moet dat niet zijn.