Week 3

Nu ook nog eens een update over het reilen en zeilen in Limerick zelf. Of toch over alles wat me te binnen schiet. Wel, de lessen zijn in ieder geval volop bezig. Ik moet eigenlijk constant bezig zijn (taken maken, essays schrijven en hopen boeken lezen), maar eerlijk is eerlijk: daar is nog maar bitter weinig van in huis gekomen. En dat heb ik vorige week maandag maar al te goed ondervonden. We kregen namelijk een test! Een test over een boek waarvan ik niet wist dat we het moesten lezen (omdat ik nog niet voldoende ben geregistreerd en al die truut, maar toch had ik het moeten weten want blablabla). Wat was me dat voor een belachelijke test. Vragen à la ‘Wat is het beroep van het hoofdpersonage?’ waardoor ik een schoon leeg papier heb moeten afgeven.

Leukere dingen dan: Arthur Guinness Day op 24 september 17:59. Guinness bestond toen namelijk 250 jaar. Inderdaad, van het jaartal hebben ze het tijdstip gemaakt waarop overal in Ierland de glazen omhoog werden gestoken gevolgd door de kreet: ‘To Arthur’. Leuke avond wel al was het guinnessloos voor mij wegens de mensenmassa aan de toog en ik die mij daar dan niet kan doorwringen en klem geraak enzovoort. Ook heb ik bezoek gekregen van mijn ouders en met hen ben ik de Cliffs of Moher gaan verkennen en heb ik eindelijk eens een degelijke maaltijd kunnen nuttigen op restaurant. Vrijdagavond was het Culture Night in Limerick, waardoor er enkele culturele bezienswaardigheden gratis te bezichtigen waren. Met het Duitse meisje Judith en een Franse jongen Benjamin heb ik het Hunt museum bezocht, een hele verzameling kunstwerken, maar daar waren we eigenlijk weer rap buiten. We zijn dan maar naar de pupulaire pub Dolan’s getrokken alwaar we live een streepje tradionele Ierse muziek te horen (en zien) kregen.

Voor weekend in Cork zie hieronder denk ik

Published in: on september 28, 2009 at 6:48 pm  Geef een reactie  

Corcaigh

Weeral weekend, dus tijd zat om er op uit te trekken. Met een paar leden van de International Society ging ik deze keer de havenstad Cork verkennen. De bus hield eerst halt in Blarney om er een bezoekje te brengen aan het kasteel (Blarney Castle). Toeristisch trekpleister: The Blarney Stone. Volgens de legende zou ieder die het kust opeens ontzettend welbespraakt worden. Ach, en  natuurlijk ging ik in de ellenlange rij staan, riching de top van het kasteel, aanschuivend op de smalle treden om dan uiteindelijk ondersteboven (want anders geraak je er niet) een vieze vochtige steen te kussen. Maar nu ben ik wel heel eloquent, dat is altijd mooi meegenomen.

Blarney Castle

Blarney Castle

Kus

Kus

In Cork zelf kregen we onze kamers in een hostel toegewezen. Met mijn 3 hostelkamergenoten en 2 andere meisjes besloten we zelf al eropuit te trekken en ingrediënten te kopen om spaghetti te maken. Al snel liepen we compleet verloren in deze op één na grootste stad van Ierland, maar na enkele hulpvaardige mensen zijn we toch op onze gewenste bestemmingen terrecht gekomen. Zo vonden we in de mooie, overdekte English Market alles wat we nodig hadden (oh en in Tesco, maar dat is misschien het vermelden niet echt waard). Op dag 2 kregen we een rondleiding doorheen heel de stad. De aardige gids had het over Vikingen, oorlogen en vele verwoestingen waardoor er niet meer zo veel van al het moois en het ouds is bewaard gebleven. Na de rondleiding besloten we (vooral de organiserende Duitsers onder ons dan) om de whiskey distillerij van Jameson te bezoeken. Ik had me als vrijwilliger opgegeven om de whiskey te proeven en te vergelijken en kreeg na afloop mijn diploma als whiskeykenner. (Of liever, Charlotte Busseleu kreeg er een.) Ze waren daar heel erg trots op die aparte Ierse smaak, maar eigenlijk prefereer ik wel de Schotse variant. En dat kan ik nu wel zeggen als welbespraakte whiskeykenner.

Published in: on september 28, 2009 at 6:12 pm  Geef een reactie  

The Burren

It is a country where there is not enough water to drown a man, wood enough to hang one, nor earth enough to bury him.” (Edmund Ludlow)

“This is the closest you will ever get to the moon!” riep mede-cluborganisator Paul en zo kon het avontuur doorheen het wondermooie ‘The Burren’ beginnen. Het uitzicht heeft inderdaad iets weg van een maanlandschap, als je tenminste de woeste zee en groene stukjes plant wegdenkt. En hoera, ik heb een rots beklommen! Helemaal tot boven. Toegegeven, ik hing vaak uit vermoeidheid -lichtjes scheldend en panikerend- aan het touw te bengelen vooraleer mijn moed en doorzetting aan allen die het zien wilden te tonen en mijn klim verder te zetten.  Maar ik ben er geraakt. Met de hele groep ben ik daarna het uitzicht boven aan de rotsen gaan verkennen en mede-organisator/gids Paul wist ons boeiende verhalen te vertellen over de vreemde stenen kringen (ring forts) in het landschap. Ze zouden volgens het verhaal gemaakt zijn door fairies (die in Ierland niet goedaardig zijn) en als je in zo’n kring gaat staan, staat je een vreselijk noodlot te wachten. Niemand ging er in staan. Verstandig. Verder had goedlachse Paul het over ijstijden, gletsjers, mislukte patattenoogsten en hongersnoden. Hij toonde ons de eilanden Inishmore, Inishmaan en Inishere (Aran Islands), de Cliffs of Moher vanuit de verte en bloemetjes. Verder ben ik die dag 2 keer mezelfzijnde uitgegleden en gevallen. Mede-organisator/gids/entertainer Paul weet het aan “those fairy bastards”, maar ik zweer het u: ik ben niet in de kring gaan staan. Na afloop van de tocht zijn we in het dorpje Doolin een pub binnegestapt waar ze heerlijke Ierse muziek aan het spelen waren. Rosse vriend Fearghal (blijkbaar schrijf je zijn naam dus zo) had al vlug de sympathie van heel de bus voor zich gewonnen met zijn Ierse welgemutsheid. Uit het niets vroeg hij opeens: “Conas ta tu?” en ik antwoordde voor ik er erg in had: “Ta ma go maith.” Verbazing alom. Zie hier dus mijn eerste gesprekje ooit in het beginners-Iers. (vertaling: Hoe gaat het ermee? Met mij gaat het goed.) Dat er nog veel mogen volgen.

ring fort

ring fort

trotse Paul

trotse Paul

limlim 017

Published in: on september 20, 2009 at 9:47 pm  Reacties (1)  

13 september 2009; Op wandel

Verdomd, ik heb weer heel wat dagen in te halen.

Hoera voor het goede weer. Eindelijk zon. Wildvreemde mensen op straat en op wc zijn het zelfs volmondig met me eens.

Goed, wat is er nu nog de moeite om mee te delen? Woensdnamiddag konden al de studenten zich inschrijven voor de vele clubs en societies die de universiteit rijk is. De immense sportarena (waar de universiteit van Limerick ontzettend trots op is) stond vol met verschillende kraampjes, overenthousiaste organisatoren en bergen snoep. Zoals gepland heb ik me meteen gerept naar het kraampje van de International Society en die van de Outdoor Pursuits Club. Bij die laatste heb ik mij dan ook ingeschreven voor de eertse trip: hill walking in Glencar, een plaatsje op de Kerry Way (de langste wandelroute van Ierland). Verder heb ik me ook laten overtuigen mee te doen met de Drama Society en met-nu komt het- de Rowing Club. Nee, ik heb nog nooit geroeid in mijn leven en nee, ik ben niet gezegend met twee sterke armen noch een lang uihoudingsvermogen. Wat ben ik zelf benieuwd hoe ik het er vanaf ga brengen. I’ll keep you posted. Die avond had de International Society ook nog een feestje georganiseerd in een pub (Costello’s) in het centrum van de stad, ongeveer een kwartier rijden van de universiteit.

Donderdag was het weer tijd voor mijn Ierse les! Dit keer gegeven door de nog jonge lesgever Billy. Hij wist ons een schoon authentiek Archaic Irish gedichtje voor te dragen over een vrouw die scheten laat. Wat zijn ze toch heerlijk, die Ieren.

Op de vrijdagavonden kom je in de Stables haast alleen maar internationale studenten tegen. Het werd een enorm leuk feestje. Al werd ik wel door de vervelende DJ op het podium geroepen om de macarena te dansen met nog een paar anderen voor een jarig meisje. Tja, dat was best genant. Toen het weer sluitingstijd was (rond 11 uur ofzo!) besloten we nog met een paar naar de Lodge te gaan, een soort nachtclub (al sloot die al rond 2 uur ofzo!).

Dan zijn we bij vandaag, zondag, aangekomen. De hill walking trip dus. Bij de inschrijvingen verzekerden ze iedereen die het horen wilde hoe geschikt het wel niet was voor beginners en dat het een gemakkelijke wandeling zou worden. Wel, ik weet één ding zeker: echt iedereen heeft afgezien. Misschien viel de route op zich nog wel mee, maar die blakende zon werd bij momenten echt ondraaglijk. Maar wat ik heb gezien was gelukkig wel de moeite. We stegen en we daalden. We kwamen voorbij koeien, schapen, heuvels en schitterende vergezichten. Iemand verklaarde mij haar liefde (“I love Belgian people, so I love you!”) en een jongen uit Taiwan heeft mijn naam in Chinese letters geschreven en daar ben ik heel blij mee.

Published in: on september 13, 2009 at 11:20 pm  Reacties (2)  

Dag 4 tot dag 8 (nu dus); De gewoonwording

Vervolg overzicht:

4 september, 2e intruductiedag met nog veel meer (nu al vergeten) informatie. Wel werden we op de hoogte gebracht van allerhande interessante clubs en societies zoals Outdoor Pursuits Club (eropuit trekken door Ierland) en International Society waaraan ik zeker wil meedoen. Die avond was er een soort van speed dating aan de gang, ook wel fast friends genaamd. Dat stelde op zich niet veel voor,  maar het werd toch nog een zeer gezellige avond met al de internationale studenten. Ik leerde 2 leuke Hongaren kennen en 3 Amerikaanse meisjes met wie ik heel veel plezier heb gehad, lachend met de Amerikaanse gewoontes en meezingend met de foute muziek (Mambo nr. 5 en consorten). Ohja, ook nog vermelden dat het in Ierland ook de gewoonte is dat de studenten tijdens het weekend naar huis keren. Ik dacht altijd dat dat typisch Belgisch was. Zo werd het dus plots erg stil in het huis. Ik had gehoopt wat gezelschap te krijgen van Brian, maar nog steeds weigerde deze kerel alle contact. Geen idee wat die de godganse dag uitspookt. Het werd zowat het langste en eenzaamste weekend ooit voor mij. Ik heb dan maar de campus verder verkend. Zo kwam ik toevalligerwijze The Living Bridge tegen, een imposante brug over de nog veel imposantere rivier Shannon.

Dan maandag! De eerste lessen. Eigenlijk was het gewoon een introductie en de meeste lessen waren al na een kwartier gedaan. Eerst had ik Comparative Literature. Ik leerde er een Iers meisje kennen, Emily, die de voorbije 3 jaar in België heeft doorgebracht (gestudeerd in Leuven zelfs! Blijkbaar zaten we vorig jaar zelfs in dezelfde les van Ortwin!) Ze zei dat ze in Leuven enkel met andere Ieren en internationale studenten optrok en helemaal geen contacten had met de Belgen ookal wilde ze dat wel en hoe frappant het was dat ze net nu in haar eerste les op haar eerste dag van de universiteit van Limerick een Belgisch meisje leert kennen. Ik dus. Ze verzekerde mij ook dat ik het vak waarschijnlijk heel erg makkelijk ga vinden gezien de moeilijkheidsgraad in Leuven. Dat betwijfel ik ten zeerste. Daarna was het de beurt aan Sensibility and Romanticism. Ik vrees dat ik veel van de leerstof die dan behandeld zal worden reeds gezien heb. Zo zijn we verplicht het boek Sense and Sensibility van Jane Austen te lezen. Een boek dat ik al in mijn eerste jaar Leuven voorgeschoteld kreeg. Wel moeten we blijkbaar veel werkjes maken/ essays schrijven voor het examen, dat vermindert de pret natuurlijk. Vervolgens een uurtje American Literature en afsluiten deed die lesdag met een inleiding in Irish Language, wat er verdomd moeilijk uitziet. Ik zag dat mijn housemate Brian ook in die laatste les aanwezig was, al scheen hij mij niet te zien. Waarschijnlijk deed hij dat alsof. Hoe dan ook, geen verbeterde contacten met Brian dus. Die avond ben ik naar de film geweest die ze voor alle erasmussers draaiden: L’Auberge D’ Espagnole, die werkelijk fantastisch was. Ontzettend grappig plus ontroerend. Daarna ben ik weer met een hele bende richting Stables getrokken (haha, tot nu toe nog altijd in geen andere pub geweest). Toen ik thuiskwam zag ik mijn huisgenote Chelsey en ‘huisvriend’ Frogels (ofzoiets) in de leefkamer zitten terwijl de rest naar hun eerstejaarsbal waren. Hij tokkelde wat op zijn gitaar voor haar. Oeps, heb ik daar mooi eventjes hun romantisch moment en onluikende liefde zitten verstoren…

Dan zijn we eindelijk bij vandaag aangekomen. Ik ben de stad ingetrokken, schoenen gekocht, thee gedronken en dat was dat.

Dingen die veranderd zijn (tot nu toe):

  • elke dag regen (en ik bedoel echt zonder overdrijven elke dag)
  • ik ben nu een fervent thee-drinkster
  • ik moet nu mijn eigen was doen
  • ik moet nu mijn eigen eten klaarmaken (een ramp)
  • auto’s rijden links en nu pas ben ik er eindelijk aan gewoon geworden
  • auto’s stoppen altijd wanneer je wil oversteken (zebrapaden zijn er eigenlijk niet)
Published in: on september 8, 2009 at 5:09 pm  Reacties (5)  

Dag 1, 2 en 3; De start

Eindelijk internet op mijn kamertje; wat dus betekent dat ik nu naar hartelust kan bloggen. Even schade inhalen van de afgelopen dagen. Een overzicht.

1 september, aankomst.

Daar zat ik dan. Helemaal alleen. Niemand die me kende, misschien niemand die me wilde kennen. Angst, twijfels,…die onzekerheid werd haast ondraaglijk. Opeens verlangde ik terug naar het vrije, vrolijke Leuven, waar ik alles ken en alles begrijp. De eerste keer alleen in het vliegtuig staat gelijk aan doodsangsten uitstaan. Ik vertrok in Weeze/Dusseldorf en het was een vlucht van ongeveer 2 uur. 2 uur lang vooruitgestaar en gehoop. De pret begon pas echt toen het vliegtuig eindelijk landde, ik mijn koffer van de band nam en mij richting de uitgang begaf. Toen pas drong het me door dat ik er helemaal alleen voor stond. Na zelf 5 minuten onzeker in het rond te hebben gekeken, zag ik twee kerels onzeker in het rond kijken dus durfde ik het erop wagen. In mijn slordig want nog onwennig Engels vroeg ik hen beleefd of ze ook naar Limerick moesten. Dat bleek zo het geval, we vonden gedrieeën de bus en weg was ik. Tijdens de busrit, alwaar ik al wat van de Ierse natuurpracht mocht aanschouwen, vond de luide Ier achter mij het blijkbaar nodig dat heel de bus zijn gesprek kon meevolgen (Al was dat voor mij niet echt het geval; ik was al blij dat ik zo nu en dan een ‘fuck’ kon onderscheiden…). Plassey Village, mijn dorpje, heb ik redelijk makkelijk gevonden. Ik deel een klein huisje (huisnummer 9)  met 7 studenten. 6 daarvan zijn drukke 18-jarige Ieren en nummer 7 is de ietwat rare Amerikaan Brian die zichzelf haast nooit laat zien. Zoals ik al zei, ze zijn ontzettend druk. Ze zijn allemaal van een andere streek zodat hun verschillende dialecten en hun razendsnelle responses mij nog wanhopiger maken dan ik al was. Grappig uitziende Stephen spant toch wel de kroon; zijn gemompel doet zelfs de overige Ieren om een heraling vragen. Ieren zijn best een raar volkje. Ze kijken vaak nors, doen waar ze zin in hebben, trekken zich van niemand iets aan en zijn zo ad rem. Ze gedragen zich allemaal zo cool tegenover elkaar en niemand laat ook maar een spoortje van nervositeit zien. En daar zit ik dan, een en al zenuw. Maar als je ze eenmaal aanspreekt, zijn ze onzettend vriendelijk. Die eerste avond begaf ik mij met mijn huisgenoten naar nummer 11 voor mijn eerste houseparty op Ierse bodem. Zoals te verwachten valt van de Ieren: veel geroep, veel zattigheid en allen willen ze maar een ding: zo veel mogelijk craic (plezier).

2 en 3 september, kennismaking

Ik had die tweede dag helemaal niets om handen dus besloot ik wat rond te kijken in de bib en mij te bevragen hoe het internet daar werkt. Het gevolg was dat ik daar mijn hele namiddag heb vertoefd. Toen ik thuiskwam waren bijna al mijn housemates al terug van hun eerste introductiedag en natuurlijk besloten ze meteen om nog eens goed te feesten. Na het uitstapje naar de off-licence trokken we weer naar het befaamde huis 11 alvorens ons richting de Stables te begeven (de studentenpub on-campus). Met mijn huisgenote Chelsey en huis-11-bewoner Frogels (ofzoiets, een rosse magere jongen die me de dag daarvoor tijdens hun zatte uitlatingen meermaals toeriep dat ik nu echt de Ierse cultuur leerde kennen) heb ik de hele weg lang een geanimeerd gesprek gevoerd over allerhande Ierse dingen, zoals Leprechauns en U2. In de Stables dronk ik mijn eerste Guinness. Toen onverstaanbare Stephen dat zag was hij daar blijkbaar heel opgetogen over. Nu was het mijn beurt om te roepen: ‘Now I’m really experiencing the Irish culture!’. Volgende halte was een nachtclub in de stad, Trinity Rooms genaamd. Ik danste er wat met de Ieren, ik lachte er wat met de Ieren en had een leuke tijd. Na een tijdje had ik er wel genoeg van. Jill en Jenny, nog twee van mijn huisgenoten, hadden namelijk allebei een zoenpartner gevonden. (Ohja, Ierse meisjes zijn volgens twee Amerikaanse jongens die ik heb gesproken heel erg gemakkelijk. Die twee konden er gewoonweg niet bij dat meisjes in het openbaar met wildvreemde jongens willen kussen. Daarvoor respecteren ze de vrouw te veel. Ach, wat een goede Amerikanen.) Ik nam met Stephen een taxi naar huis en thuisgekomen viel ik als een blok in slaap.

Op mijn derde dag in Ierland zijn mijn introductiedagen begonnen. Om kwart voor 9 moest ik aan de Main Reception zijn voor wat uitleg. Tijdens de pauze leerde ik Amy kennen, de enige studente uit Engeland. Ze was heel direct, toch vriendelijk. Samen zijn we gaan lunchen en toen ontmoette ik ook dus die twee Amerikanen van weleer. Verder leerde ik nog een hoop andere mensen kennen: het Duitse meisje Judith, twee Franse meisjes Elise en Faustine, een Duitser Friedman, een Spanjaard Alessandro,… De hele groep erasmussers bestaat uit 300 studenten, waaronder de meerderheid Frans, Duits of Spaans is. We werden verdeeld in verschillende groepjes en kregen een lange, vermoeiende doch leerrijke rondleiding. Na de ronleiding besloten we om samen te komen in de Stables. Daar speelde het coverbandje Knights of Leon, waarvan de zanger exact klonk als en nog veel knapper was dan de real stuff  van Kings of Leon. En meer moet dat niet zijn.

Published in: on september 8, 2009 at 11:07 am  Reacties (1)  
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.